Niet in Gods naam

''Niet in Gods naam''

De wereld siddert onder het geweld van de politieke Islam. Nog geen dertig jaar geleden vochten protestanten en katholieken in Noord-Ierland een complete godsdienstoorlog uit. Ze doen en deden dat met hun heilige boeken op zak. Zo gaat het al eeuwen en toch zegt de Engelse rabbi J. Sacks  in ''Niet in Gods naam'', (2016) dat religie niet de bron van geweld is. Religies hebben weliswaar veel geweld laten zien, maar werden daarbij misbruikt. God wil dat geweld niet. Na de eerste moord, net buiten het paradijs, kreeg God er immers al spijt van dat hij mensen geschapen had.

Het meeste geweld in de wereld komt voort uit groepsvorming, namelijk de zoektocht naar een identiteit. Aldus Sacks, hoogleraar Joodse studies in onder meer Oxford en Cambridge. En aangezien religie zijn inziens een bindmiddel bij uitstek is wordt ze in dat proces vaak ingezet. ''...omdat ze het krachtigste middel ooit is om grootschalige groepen te creëren en in stand te houden.''
In een brede analyse van de opkomst van de drie monotheïstische religies, en de cultuur waarin ze bestaan, probeert Sacks de ware oorsprong van religieus geweld te vinden. Dat is de menselijke neiging tot dualisme. Op zich een nuttig ordenend beginsel, bijvoorbeeld het dualisme van geest en lichaam, van orde en chaos, van eeuwigheid en tijdelijkheid. Je kunt er de wereld mee verkennen. Maar het gaat verkeerd als we die scheidingen ook betrekken op de mensheid, en dan gaan spreken van absoluut goede en absoluut slechte mensen.
Als mensen zo afwijkend tegenover elkaar komen te staan, en elkaar zo verketteren is geweld bijna een noodzakelijke uitkomst. Vandaar bijv. de verschrikkelijke oorlogen in Europa tussen protestantse en katholieke landen. In een poging dat onderling christelijk geweld te temperen, is vaak een bliksemafleider, een zondebok gezocht. Volgens Sacks zijn dat eeuwenlang de joden geweest. En met adequate propaganda slaagden de Europese machthebbers er in zo'n kleine groep voor te stellen als de echte grote vijand. Zo werd, met een beroep op de bijbel, zuivering van dat gevaar een daad van altruïsme.
Als Jahweh-God-Allah dat geweld niet wil, zou dat toch duidelijk moeten blijken uit de heilige geschriften van de drie monotheïsmen. In de eerste plaats kun je dan stellen dat de Bijbel notoir onduidelijk is. De kruisvaarders riepen twee eeuwen lang ''God wil het''. Het kunnen toch niet allemaal imbecielen zijn geweest, die niet konden lezen.
Het Oude Testament kleurt rood van de door God bestelde bloedbaden. In Egypte, in Kanaän, in de omringende landen. Hoeveel daarvan kun je wegstrepen door er bijvoorbeeld op te wijzen dat Jahweh Kaïn na de moord op zijn broer niet verkettert, maar een redelijk bestaan over laat? Een paar van de kwalijkste – zeg maar sinistere – voorbeelden. God gaat er zelf (Psalm 105) voor zorgen dat de Egyptenaren de naar hen toe gevluchte Israëlieten gaan haten, met als eindresultaat een onvoorstelbare slachting onder Egyptische kinderen en dito slachting onder soldaten. De profeten (zoals Jeremia) roepen de ene genocide na de andere uit, als straf voor de buurvolkeren die Israël aanvallen, terwijl ze daar juist door hun god toe worden aangezet (bijv. Deut. 32:26, Jes. 10:5).
Is het Nieuwe Testament iets meer vredelievend? De predestinatie maakt hemels geweld tot de structuur van de werkelijkheid. Geweld wordt onbegrijpelijk, het is niet meer moreel of immoreel. De meerderheid van de mensheid wordt immers voor de vernietiging geschapen. We mogen er van Paulus niet één vraag over stellen. In Romeinen 9, het hoofdstuk over voorbeschikking, zegt hij:  ''Vraagt het aardewerk soms aan de pottenbakker: 'Waarom heb u mij gemaakt zoals ik er uitzie?”
Het is in die sfeer dat de herhaalde bedreigingen en vervloekingen aan het adres van ongelovigen in dit bijbeldeel zo indringend zijn dat deze mensen min of meer vogelvrij worden verklaard. Geen wonder dat vrome fanatici naar marteling en brandstapel grepen, in de overtuiging dat wat zij de zondaar aandeden hem redde van wat nog veel erger was, de eeuwige pijniging en verdoemenis in de hel. Het Nieuwe Testament als een soort blanco machtiging tot reddend geweld. Hoogleraar D. Verhofstadt zegt in ''Atheïsme als basis voor moraal'' (2013) dat ketters die op de pijnbank zich bekeerden, door de inquisitie vaak alsnog gewurgd werden – ze mochten eens terugvallen. Door dit eeuwenlange fijnmazige net van terreur – naast de openlijke oorlogen - heeft het Christendom misschien wel meer levens verwoest dan communisme en fascisme bij elkaar.
Over de Koran zegt Sacks heel weinig. Begrijpelijk, want als er één boek is dat botst met zijn hoofdstelling is het wel deze verzameling openbaringen aan Mohammed. Er zijn een paar verzoenende teksten, maar die worden weggevaagd door de vele oorlogsverklaringen aan alle andersgelovigen in de wereld. En de gelovigen van nu moeten die oorlog voeren. Lees alleen maar Soera 8 en 9. Bijv. 8:12 ”Ik zal de harten van hen die ongelovig zijn schrik aanjagen. Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers.” 9: 5: ”…doodt dan de veelgodendienaars waar jullie hen vinden, grijpt hen, belegert hen en wacht hen op in elke mogelijke hinderlaag.” 9:14 ”Strijdt tegen hen, dan zal God hen door jullie handen bestraffen..” En zo nog wat teksten, door het hele boek. IS doet precies wat in de Koran bevolen wordt.
Sacks zegt in het begin van zijn  boek dat God te midden van al dat religieuze geweld zachtjes roept: ''Niet in mijn naam''. De lezer van de heilige geschriften weet wel beter. Religie is niet het slachtoffer van groepsvorming, maar de uitvoerder ervan.

Ger Kraaij.