Godsdienst en ethiek

Godsdienst en etthiek

Het is een bekend gegeven dat godsdienstigen, waar ook ter wereld, ervan overtuigd zijn dat zij het monopolie hebben op de ethiek. Hun godsdienstige denkbeelden – lees: die van hun specifieke organisatie of stroming - zouden aan de basis staan van alle gedragsregels met betrekking tot goed en kwaad. Dit verschijnsel is kenmerkend voor elke vorm van godsdienst, met inbegrip van Christendom, Jodendom en Islam: Louter op grond van hun geloof menen zij bevoorrecht en alwetend te zijn op het gebied van de ethiek. Vanzelfsprekend kunnen of beter gezegd moeten zij andersdenkenden dan ook wel voorschrijven hoe die zich dienen te gedragen. Deze zogenaamde zendingsdrang leidt ertoe dat godsdienstigen graag het voortouw nemen in politieke en bestuurlijke organisaties (in de westerse wereld) en de vrijheid van meningsuiting verbieden (in de niet-westerse wereld).


Maar nu de feiten:

Is godsdienst werkelijk een basis voor een betere ethiek en zo ja, waarom dan wel? Om dat te onderzoeken moet men wel naar de bron van de betreffende godsdiensten gaan, te weten de heilige boeken waar de godsdienstigen zich op beroepen.  Verlichte schrijvers als Richard Dawkins (God als misvatting) en Sam Harris (Van God los en Brief aan een christelijke natie) hebben dit daadwerkelijk onderzocht en komen met een overstelpend aantal citaten en voorbeelden dat Bijbel, Koran en Thora nu juist geen enkel houvast geven voor een ethische levenshouding. Zo bieden ook de door veel gelovigen geroemde Tien Geboden geen enkel soelaas. Deels betreft het hier louter interne discipline-regels, zoals “Eert geen andere god dan de onze” en anderzijds betreft het zeer algemene universele regels, die al zo oud zijn als Homo Sapiens zelf, zoals “Gij zult niet doden” en “Eert uw vader en uw moeder”.  Het navrante is dan nog dat als deze gedragsregels  zo algemeen geformuleerd worden, zij ook geheel naar eigen inzicht en willekeur kunnen worden toegepast. Zo is er op grond van de heilige boeken kennelijk geen enkel bezwaar tegen de doodstraf voor criminelen (USA) of voor homo-sexuelen (Arabische wereld). Anderzijds is er met een beroep op dezelfde heilige boeken gewoonlijk wel weer een hardnekkig bezwaar tegen elke vorm van euthanasie, hoe dramatisch en ellendig de omstandigheden ook mogen zijn. Onlangs nog motiveerde in een Nederlands universitair debat een hooggeleerde christelijke spreker en voorstander van een algemeen euthanasieverbod (ook voor ongelovigen uiteraard!) dit verbod tot doden met “God heeft nu eenmaal ieder mens geschapen naar zijn beeld en gelijkenis”. Los van het feit dat een veronderstelde god best wel eens voorstander zou kunnen zijn van het beëindigen van een ellendig aards leven, kunnen we natuurlijk helemaal niets met de door spreker geproduceerde heilige regel. Heeft god ook Adolf Hitler en Marc Dutroux geschapen naar zijn beeld en gelijkenis?  Een ander voorbeeld: Slavernij wordt zowel in De Bijbel als in de Koran als vanzelfsprekend beschouwd. De bijbel stelt letterlijk dat het elke man vrijstaat zijn dochter als slavin te verkopen (boek Exodus). Dit mag dan in het pré-middeleeuwse tijdvak, waarin de heilige boeken werden geschreven, algemeen aanvaard  zijn geweest, men kan toch niet stellen dat de god die dit dicteerde een erg vooruitziende blik heeft gehad of een goede antenne had voor ethiek.

Kortom: De heilige boeken bieden geen enkele richting voor een ethische vorming of levenshouding. Om dit te omzeilen beroepen veel godsdienstigen zich op de christelijke traditie, de joods-christelijke traditie of de traditie van de moslimwereld. Hebben we daar iets aan?  Nee, integendeel. De eeuwenlange tradities van deze godsdiensten laten juist een indringend en verbijsterend spoor zien van godsdiensttwisten, onverdraagzaamheid, oorlogen en vervolgingen. In de Arabische landen is de voordien bloeiende wetenschap na de invoering van de Islam nagenoeg tot stilstand gekomen. In Europa heeft het Christendom zich tot het uiterste verzet tegen de verlichtingsfilosofen en tegen elke vorm van wetenschappelijke vooruitgang. Het Christendom heeft dan ook geen enkele bijdrage geleverd aan het ontstaan van de rechtsstaat, de democratie en de rechten van de mens. Is er wellicht nog een onderling verschil tussen genoemde wereldgodsdiensten? Eigenlijk niet. Alle drie delen zij als kernwaarden: Blind vertrouwen op een niet te bewijzen opperwezen, onaantastbaar geloof in een heilig boek als basis van alle ethiek, geloof als hoofdzaak, wetenschappelijke ontwikkeling hooguit als bijzaak. En mocht het Christendom toch moderner overkomen dan bijvoorbeeld de Islam dan is de enige reden hiervan dat het Christendom in de eeuwenlange heftige strijd met verlichting en wetenschap vele malen schoorvoetend bakzeil heeft moeten halen en zich wel heeft moeten aanpassen aan veranderende maatschappelijke eisen. In veel despotisch geregeerde moslimlanden is men aan dit proces eenvoudigweg nog niet toegekomen.

Concluderend wil ik nog een stap verder gaan dan Dawkins en Harris. Het is niet alleen zo dat godsdienst geen enkele basis biedt voor ethiek; godsdienst is per definitie  onethisch.   Geloven  is alleen mogelijk, zolang als het verstand tijdelijk of  langdurig wordt uitgeschakeld. Godsdienst en ethiek staan haaks op elkaar. Dawkins wees er al op dat kinderen, die onder strikt godsdienstige denkbeelden zijn opgevoed, daar levenslange schade van kunnen ondervinden.  Godsdienst is immers een vorm van indoctrinatie, waarbij een echte ethische vorming wordt overgeslagen. Is het vreemd dat kinderen, die opgevoed werden in streng godsdienstige milieus, later tot de meest fanatieke aanhangers behoorden van Hitler, Franco en Milosevic? Is het vreemd dat  jongeren, die in aanraking komen met een wereld die toch anders is dan door hun godsdienstige ouders is voorgespiegeld, veel sneller belanden in drugsgebruik en criminaliteit dan seculier opgevoede jongeren?  In een starre, mythische, pré-middeleeuwse wereld kan godsdienst wellicht een bepaalde maatschappelijke rol hebben vervuld. In onze huidige, dichtbevolkte wereld, waar praktisch iedere bevolkingsgroep vroeg of laat met alle andere bevolkingsgroepen te maken krijgt, moeten verstand en redelijkheid wel de principes dicteren voor de juiste gedragsregels. Ongefundeerde emoties en wereldvreemde, op behoud gerichte denkbeelden leiden uiteindelijk alleen tot chaos.  Ethiek houdt in dat we steeds weer ons best moeten doen om kennis te verwerven over onze wereld en onze medemensen. Zonder kennis van betrouwbare feiten is geen ware ethiek mogelijk.   Natuurlijk wil ik hiermee niet zeggen dat alle christenen, moslims enz. onethisch zijn. Er zijn van tijd tot tijd zeker wel sociaal geëngageerde priesters, imans, rabijnen en hun navolgers. Maar het punt is steeds dat hun ethische opvattingen pas ruimte krijgen, zodra zij hun gezond verstand en hun menselijk gevoel voorrang geven boven de zogenaamde heilige voorschriften.

Harry Ansems