en niet meer dan dat!
Dat de godsdienstvrijheid een van de eerst verworven rechten is, maakt haar niet tot de meest fundamentele vrijheid. Er is geen reden om godsdienstvrijheid als een bijzonder en apart terrein te beschouwen waar de overheid zo goed als nooit mag op ingrijpen. Wie dit toch doet, suggereert dat mensen die een godsdienst aanhangen, dankzij de godsdienstvrijheid, meer mogen dan mensen die geen godsdienst aanhangen. Dit druist in tegen het basisprincipe van onze democratische rechtstaat, namelijk dat de overheid haar burgers als vrije en gelijke individuen moet behandelen, wat ook hun levensbeschouwelijke achtergrond is.
Historisch gezien is het begrijpelijk dat mensenrechtenverdragen en grondwetsteksten de godsdienstvrijheid hoog in het vaandel dragen, maar dit mag er niet toe leiden dat die vrijheid altijd zwaarder zou wegen dan andere vrijheden. De godsdienstvrijheid is niet absoluut en onaantastbaar, sterker nog, de vraag is legitiem of de godsdienstvrijheid als een apart recht wel nog de aandacht verdient die ze vandaag vaak krijgt. Inhoudelijk is de godsdienstvrijheid slechts een afgeleide, een concretisering van meer algemene vrijheden. De meest fundamentele vraag is de volgende: zijn er (discriminerende, mensonterende, maatschappijverstorende) handelingen of opinies die toegelaten zouden moeten zijn en die enkel door de godsdienstvrijheid beschermd kunnen worden en niet onder de gewetensvrijheid, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van organisatie vallen?
De godsdienstvrijheid is belangrijk, maar ze mag nooit misbruikt worden om dingen toe te staan die zonder de godsdienstvrijheid niet door de beugel kunnen. Als we tolereren dat religieuze leiders beweren dat homofilie een onnatuurlijke ziekte is (je hoort het bij joden, christenen en moslims) dan moeten we dit niet doen omwille van de godsdienstvrijheid, maar omwille van de vrijheid van meningsuiting. Hoe fout ook, als gelovigen dit mogen zeggen, dan ook ongelovigen. Omgekeerd kunnen religies ook geen gebruik maken van de godsdienstvrijheid om blasfemische of kwetsende uitspraken van religiecritici te censureren – ook hier geldt dat de vrijheid van meningsuiting voorrang krijgt. Dat de woordvoerder van Sharia 4Belgium oproept om homo’s ter dood te veroordelen en, zoals deze week nog maar eens het geval was, haat predikt tegen niet- en andersgelovigen kan echter niet getolereerd worden.
Dit is een excerpt uit: Boerkaverbod is niet strijdig met de grondwet van Patrick Loobuyck




